allevogels


advertentieruimte

Grasmus

Grasmus - Sylvia communis - Common Whitethroat

De grasmus behoort tot de familie Zangers of Zangers van de Oude Wereld (Sylviidae) en een van de 25 soorten binnen het geslacht Sylvia. Hij is voor het eerst beschreven door John Latham, een Engelse arts en naturalist, in 1787.
Tegenwoordig worden er 4 ondersoorten erkend:

  • Sylvia communis communis
  • Sylvia communis icterops
  • Sylvia communis rubicola
  • Sylvia communis volgensis

Onze grasmus komt voor in bijna geheel Europa en overwintert in Afrika. Ook in Nederland is het een regelmatig en graag geziene vogel. Hij leeft vaak een wat verborgen bestaan in dicht struikgewas, alleen in de broedtijd laten de mannetjes zich graag horen.

Grasmussen leven op vrij open plekken waar toch voldoende beschutting te vinden is in de vorm van (liefst) doornige struiken en waar voldoende voedsel te vinden is. In Nederland zijn dat in het westen duinen en grote parken en in het oosten van het land randen van bossen met veel lage begroeiing.

Aan de vrij lange en dunne snavel is al te zien dat we hier te maken hebben met een echte insecteneter. Hij scharrelt tussen de struiken, in bomen en op de grond zijn kostje bij elkaar. Rupsen staan hoog op de menulijst, daarnaast spinnen en allerlei insecten, ook vliegende.

Zoals gezegd, deze vogels overwinteren in Afrika. Na de winter komen eerst de mannetjes terug uit hun overwinteringsgebieden, zij zoeken een geschikte plek waar ze in een klein territorium alvast wat nestjes bouwen. Een week of 2 later arriveren de vrouwtjes, zij kiezen het meest geschikte territorium, het best gebouwde nest en tot slot de daarbij behorende partner. Het zingen van de mannen lijkt ze nauwelijks te boeien.

Het uitgekozen en dus kennelijk het beste nest bestaat uit drie lagen. Een eerste 5 cm dikke laag van bladeren, takjes en ander vrij grof materiaal, dan een laag van anderhalve centimeter van hetzelfde materiaal maar dan veel fijner en tenslotte een binnenste laag van dierenharen, veertjes en mossen. Het hangt bijna altijd vrij laag in een dichte struik en bij goede (voedsel)omstandigheden worden er twee legsels gelegd met per keer 4 tot 6 eitjes. De kleur van de eitjes van de grasmus kan variëren van lichtgroen naar lichtblauw of vaalwit, maar wel hebben per legsel alle eitjes dezelfde kleur. De jongen wegen als ze net uit het ei kruipen nog geen 2 gram.

Onderzoek heeft aangetoond dat grasmussen eieren van parasitaire broeders als de koekoek heel vaak herkennen en deze uit het nest verwijderen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.