allevogels


advertentieruimte

Eulampis jugularis

Granaatkolibrie - Eulampis jugularis - Purple-throated Carib

De granaatkolibrie is een van de twee soorten binnen het geslacht Eulampis, de andere soort is de groenkeelkolibrie. Beide soorten werden al in de 18e eeuw door Linnaeus beschreven. De granaatkolibrie komt voor op een aantal van de Caribische eilanden waaronder een aantal onbewoonde eilandjes. Het leefgebied bestaat voornamelijk uit vochtige wouden in de laaggelegen gebieden.
Het is een van de wat grotere kolibries, het mannetje meet rond de 12 cm, het popje rond de 10. Daarmee is meteen ook het verschil te zien tussen de geslachten, de man heeft bovendien een wat stompere en rechtere snavel dan de pop.

De reden voor het verschil in snavellengte en vorm is een gevolg van het gedrag. Mannetjes zijn zeer territoriaal als het gaat om hun voedselgebied. Ze verdedigen dit zo fel dat zelfs de vrouwtjes niet aan "hun" bloemen mogen komen. Die vrouwtjes hebben zich daarom gespecialiseerd in andere voedselbronnen.
Mannetjes eten nectar uit bloemen van de Heliconia Caribaea, deze plant levert de meeste en meest voedzame nectar. Om bij die nectar te komen, is de snavel geëvolueerd naar recht en stevig. Vrouwtjes mogen dus niet in de buurt komen van die bloemen en eten de nectar uit de bloemen van de Heliconia Bihai. Die bloemen zijn hoger en smaller en vragen dus om een lange gekromde snavel.
Overigens worden ook alle andere nectaretende vogels zeer agressief benaderd als ze in het territorium van een mannetjes granaatkolibrie komen, zelfs grotere vogels worden dan aangevallen.
Naast nectar eten deze kolibries ook vliegjes, ze vangen deze vaak op kleverige bladeren en uit spinnenwebben.

Vanwege de haast overdreven felle territoriumdrift van de mannetjes, leven de vogels bijna het hele jaar solitair, alleen in de broedtijd kiezen popjes het moment om koppels te vormen. Poppen kiezen mannetjes die het grootste territorium bezetten, waarmee ze aangetoond hebben sterk en gezond te zijn. Die mannetjes kunnen een voedselgebied verdedigen met voldoende voedsel voor man, pop en eventuele jongen.
Zodra een pop een mannetje verleid heeft, bouwt ze zelf een klein komvormig nestje van dunne reepjes blad, mos en spinnenwebdraad. Ze legt twee piepkleine eitjes die ze in 18 dagen uitbroedt. Soms voert de man mee, maar meestal is de verzorging van de jongen geheel de taak van de pop. Ze is dan minstens net zo fel als normaal de mannetjes, maar dan in het verdedigen van het nest.
De jongen krijgen naast nectar ook meer dierlijk voedsel dan ze normaal zelf opneemt en al na 16 tot 18 dagen vliegen ze uit. De pop verzorgt ze dan nog ruim 14 dagen en leert ze zelf voedsel zoeken.

Zodra de jongen op kleur beginnen te komen, moeten zeker jonge mannetjes maken dat ze wegkomen, de vader zou ze anders zeker doden. Jonge popjes mogen wat langer in de buurt blijven, vaak duldt de moeder ze zelfs tot een volgend broedseizoen in haar buurt.

Ook voor dit artikel danken we Marieke en Tom weer voor het inzenden van de schitterende foto's.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.