allevogels


advertentieruimte

Buphagus africanus

Geelsnavelossepikker - Buphagus africanus - Yellowbilled Oxpecker

Ossepikkers zijn de enige 2 soorten binnen het geslacht Buphagus, het zijn de geelsnavelossepikker en de roodsnavelossepikker (Buphagus erythrorhynchus). Dit artikel behandelt de geelsnavel.

De geelsnavelossepikker is voor het eerst beschreven door Linnaeus, in 1766. In 1921 is de ondersoort Buphagus africanus langi toegevoegd en in 1980 de Buphagus africanus haematophagus. De vogel is rond de 20 cm groot en het meest opvallende kenmerk is de zware en sterke snavel. Onze geelsnavel leeft in West-Afrika in struiken op en langs de grote savannes.

De naam is afgeleid van de manier van voedsel vergaren, ossepikkers leven voornamelijk van parasieten die ze van de huid van runderen en andere grazers pikken. Ondanks dat de gastheren hier baat bij hebben, heeft het ook een nadeel. De vogels blijken namelijk niet alleen de parasieten te eten, maar ook bloed en slijm van hun gastheer. Er zijn zelfs waarnemingen gedaan die aantonen dat ossepikkers wonden express openhouden door nadat ze een teek gegeten hebben, nog even venijnig door te pikken.
Ondanks dit nadeel laten bijna alle grote grazers de vogels hun gang gaan, kennelijk betalen ze zonder problemen wel wat voor de "service".

In de broedtijd maken geelsnavelossepikkers ook nog op een andere manier gebruik van hun gastheren, ze gebruiken de haren om de nestholtes te bekleden. Ossepikkers broeden in holen, vaak in bomen maar ook in rotsspleten of in aarden wallen.
Een legsel bestaat normaliter uit 3 witte eieren, die de pop in 13 dagen uitbroedt. Beide ouders voeren de jongen en deze vliegen uit als ze ruim 3 weken oud zijn.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.