allevogels


advertentieruimte

Garrulus glandarius

(Vlaamse) Gaai - Garrulus glandarius - Jay

De Vlaamse gaai is bij iedereen wel bekend, een aantal jaren geleden hebben ornithologen (vogelkenners) echter de naam veranderd in gaai, zonder enige toevoeging. Wij gebruiken de naam Vlaamse gaai omdat behalve het groepje "kenners" iedereen de vogel onder die naam kent.

De Vlaamse gaai, lid van de kraaienfamilie, houdt zich op in de buurt van bomen en hoog struikgewas. Het is een nieuwsgierige vogel, die echter wel voorzichtig is en zich niet, zoals bijvoorbeeld kraaien en kauwen, lang in open gebieden ophoudt. 's Winters zijn gaaien vaak in kleine groepen aan te treffen.

De gaai is een verzamelaar: hij eet eikels, noten en vruchten, die hij opslaat. Eén enkele gaai stopt in de herfst wel tot 8000(!) eikels in de grond. Hij is bijzonder goed in onthouden, want zelfs onder een dikke laag sneeuw weet hij zijn voorraadjes in de winter feilloos te vinden.
De eikenbossen in Nederland danken we zelfs voornamelijk aan deze vogels, er is hier namelijk sprake van echt perfecte symbiose (samenwerking). Waar de eik voedsel levert, zorgt de gaai voor de verspreiding van de eikels. Bij eikels die in voorjaar al uitgelopen zijn, graaft de gaai zelfs alleen de dan overbodige lobben van de eikel op, het boompje laat hij staan.
Daarnaast eet hij ongewervelde dieren en kleine zoogdiertjes en plundert hij nesten van andere vogels.

Van oorsprong is de Vlaamse gaai een bosvogel, maar de laatste jaren trekt de soort steeds meer naar verstedelijkt gebied, zolang hij maar voldoende beschutting heeft van bomen en struiken. Hij komt voor in heel Europa, behalve rond de poolcirkel. De noordelijkste vogels trekken 's winters naar het zuiden. Nederlandse gaaien zijn standvogels.

De Vlaamse Gaai heeft net als andere vogels soms last van luis of mijt. Dat lost hij op met behulp van mierenzuur. De gaai duwt met zijn snavel een of meer mieren tussen zijn veren. De mier wil zich verdedigen en spuit mierenzuur uit zijn achterlijfje naar de vogel. De grote gaai merkt er haast niets van. Maar de luizen en mijten kunnen er niet tegen en gaan dood. Als de mier gedaan heeft wat hij moest doen, wordt hij opgegeten. Als de gaai een mierenbad wil nemen, gaat hij op een mierenhoop zitten en zet zijn vleugels uit. Heel veel mieren spuiten tegelijk mierenzuur, daar kan geen ongedierte tegen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.