allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Terpsiphone paradisi

Aziatische Paradijsvliegenvanger - Terpsiphone paradisi - Asian Paradise-Flycatcher

De Aziatische Paradijsvliegenvanger is ook bekend onder de naam Aziatische Paradijsmonarch en is een van de 16 soorten vliegenvangers binnen het geslacht Terpsiphone. De vogel is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus en later zijn er 3 ondersoorten ontdekt en beschreven:

  • Terpsiphone paradisi paradisi
  • Terpsiphone paradisi saturatior
  • Terpsiphone paradisi leucogaster
  • Terpsiphone paradisi ceylonensis
Voorheen werden ook de affinis en de incei als ondersoort beschouwd, maar dat zijn nu aparte soorten, de affinis zelf heeft inmiddels ook weer ondersoorten.

Aziatische Paradijsvliegenvangers zijn op zich vrij kleine vogels, ze zijn krap 19 cm groot, maar ze hebben prachtige lange staarten. De staart kan wel 30 cm lang zijn. De man is lichtgrijs en de pop kastanjebruin.
De soort op de foto's is de nominaatvorm paradisi paradisi en is prachtig gefotografeerd op Sri lanka door Jan Ravenhorst. De ondersoorten komen voor in meer landen in het zuiden van Azië.

Paradijsvliegenvangers kunnen bijzonder fraai zingen en onderzoekers hebben ontdekt dat de vogels hun zang aanpassen aan hun leefomgeving. In vochtige laaggelegen streken zingen de vogels lager dan de soortgenoten die in hogere gebieden leven. Waarom dit is, is nog een mysterie.

Het zijn echte insecteneters, ze eten vooral kleine vliegende insecten en de larven daarvan, kevertjes en mieren. De vliegende insecten vangen ze vaak in de vlucht, de fraaie vogels zijn bijzonder wendbaar.

Om te broeden metselen deze vogels van mossen, gras, mest en modder een klein kommetje dat ze stevig op een tak bevestigen. Het nest is zo klein dat de volwassen vogel er lang niet helemaal in past, de pop zit er meer op dan in.

Een legsel bestaat meestal uit 3 eitjes, waar ook nog wat bijzonders mee aan de hand is. De vogels schijnen te weten dat jongen aan het begin van het seizoen grote kans hebben dat er voldoende voedsel voorhanden is. De eitjes hoeven dan niet heel groot te zijn, de jongen "redden het toch wel". Legsels die vlak voor het eind van de regentijd gelegd worden, zijn beduidend zwaarder. De jongen daar uit, moeten al wat forser en sterker zijn omdat er een kans is dat er wat minder insecten te vinden zijn. Volgens mij weer een geweldig voorbeeld van hoe de natuur zaken regelt.

De pop broedt de eitjes uit en beide ouders voeren de jongen daarna. Zodra er jongen zijn gaat de man wel af en toe op het nest om de jongen warm te houden of uit het zicht van rovers te houden. Heel vaak zijn jongen van het vorig broedseizoen in de buurt gebleven, zij helpen dan met voeren van de nieuwe lichting.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.