allevogels


advertentieruimte

Tetrao urogallus

Auerhoen - Tetrao urogallus - Western Capercaillie

Het Auerhoen is forse vogel, de haan meet rond de 80 cm, de hen wat minder en de haan weegt zo'n 5 kilo, de hen 3 to 4. Hij komt voor in grote delen van Europa en Azi"ë. Helaas niet (meer) in Nederland en Blgië, daar is geen geschikt leefgebied meer voor deze soort. Behalve ruimte heeft deze soort vooral rust nodig, ze zijn buiten de broedtijd bijzonder schuw.
Auerhoenders leven in kleine groepjes van een haan en enkele hennen in een vast territorium, ze trekken niet.

Terwijl Linnaeus de soort al in 1758 beschreef, zijn er later nog flink wat ondersoorten bijgekomen. Sommige auteurs erkennen 12 ondersoorten, mijn bron; Avibase, erkent er 8 in totaaal.

  • Tetrao urogallus aquitanicus, deze leeft in de Pyreneën.
  • Tetrao urogallus cantabricus, leeft iets zuidelijker, in het noorden van Spanje.
  • Tetrao urogallus crassirostris, komt voor in Duitsland, in een aantal Baltische staten en een groot deel van de Balkan.
  • Tetrao urogallus kureikensis, leeft in het noordoosten van Rusland en het noorden van Siberië.
  • Tetrao urogallus taczanowskii, deze leeft net wat zuidelijker dan de vorige, in Centaal Siberië en Mongolië.
  • Tetrao urogallus uralensis: in de Oeral en het zuidwesten van Siberië.
  • Tetrao urogallus urogallus (de nominaatvorm) komt voor in Schotland, Scandinavië het uiterste noordwesten van Rusland.
  • Tetrao urogallus volgensis, deze ondersoort bewoont delen van Wit-Rusland en de westelijke helft van Rusland tot aan de oeral.
Het menu van het Auerhoen bestaat voornamelijk uit plantaardig voedsel, uit bladeren, knoppen, zaden en wortels. Alleen kuikens eten een paar weken vooral insectenlarven. De vogels zoeken dan ook leefgebieden op die garant staan voor een rijk aanbod van rupsen en andere larven. Vaak zijn dit oude gemengde bossen.
In de winter, als het gewone voedsel bedekt is met een laag sneeuw, eten ze ook dennennaalden. Hoewel ze een groot deel van hun leven op de grond te vinden zijn, kunnen ze prima vliegen, ze eten de naalden gerust hoog uit de bomen.

In de broedtijd verzamelt een aantal hanen zich om zich te tonen aan de dames. Met pronken, met verdragende geluiden en soms met gevechten, ze slaan elkaar met de vleugels, proberen ze indruk te maken op zoveel mogelijk hennen. De hennen die bevrucht worden, kiezen zelf een rustige nestplaats, vaak op de grond onder wat afhangende takken. Een legsel bevat normaal zo'n 6 of 7 eieren. Ze broedt ze zelf uit, de hanen bemoeien zich verder niet met de voortplanting.
De jongen komen uit na krap 4 weken broeden en worden zoals gezegd gevoerd met rupsen en andere larven. Ze groeien dan ook zeer snel en zijn al binnen 12 dagen in staat stukjes te vliegen.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.