allevogels


advertentieruimte

ook een website?

www.websitewf.nl

Coccothraustes coccothraustes

Appelvink - Coccothraustes coccothraustes - Hawfinch

Ook de appelvink is al in 1758 beschreven door Linnaeus, daarna zijn er nog 3 ondersoorten beschreven.

  • Coccothraustes coccothraustes coccothraustes. Dit is de nominaatvorm, de eerst beschrevene. Deze leeft in West- en Noord-Europa, in het westen van Azië en overwintert in Zuid-Europa en Afrika.
  • Coccothraustes coccothraustes buvryi, die voorkomt in het Midden-Oosten en in Tunesië.
  • Coccothraustes coccothraustes nigricans, leeft in het oosten van Azië.
  • Coccothraustes coccothraustes humii, nog een die in hetoosten leeft, maar wat noordelijker.
Appelvinken zijn stevige en robuuste vogels, ze ogen groot en sterk. Ze zijn rond de 18 cm groot maar lijken forser door hun bouw. Man en pop zijn te onderscheiden door het verschil in kleur, de man is veel feller gekleurd, heeft vooral meer roodbruin in de delen met bruin. Daarnaast is er een verschil in de buitenste slagpennen, bij de man zijn die echt donkerblauw, bij de pop grijs. Beide geslachten hebben merkwaardig gevormde uiteinden van die slagpennen, behalve dat ze prachtig blauw zijn, lijken ze recht afgesneden. Ze vormen een prachtig randje boven de flanken.

Zoals al te lezen bij de opsomming van de ondersoorten, hebben appelvinken een zeer groot verspreidingsgebied en ook in Nederland komen deze prachtige vogels gelukkig nog voor. Ze zitten het liefst hoog in de bomen, ze blijven vaak best schuw.
Ze komen wel naar beneden als er wat lekkers te halen valt, ze zijn bijvoorbeeld dol op kersenpitten. Ze eten ook allerlei zaden en pitten van ander fruit, rupsen en insectenlarven en in de zomer en nazomer bessen en andere vruchten. De krachtige snavel maakt dat de appelvink ook allerlei zeer harde zaden en pitten kan kraken, hij kan er zo hard mee "knijpen" dat zelfs kersenpitten splijten onder de druk. In zuidelijke gebieden weten ze ook wel raad met olijvenpitten, toch ook beslist een harde pit.

Appelvinken leven in en rond de broedtijd (de zomer bij ons) in paartjes en soms in groepjes van 5 of 6 exemplaren. Buiten het broedseizoen zoeken families elkaar op een ontstaan er groepen van soms wel 100 vogels. Ondanks hun toch fraaie kleuren zijn ze vaak erg lastig te zien en als u dat toch treft, wees dan extra stil want ze laten zich snel verjagen.

In de broedtijd maken koppels een vrij fors komvormig nest, de pop legt gemiddeld 4 eitjes. De incubatietijd is kort, 12 dagen en als er veel en vaak gevoerd wordt, vliegen de jongen al uit als ze net 12 dagen oud zijn.
Gemiddeld worden appelvinken maar 4 jaar oud, maar er zijn uitschieters tot 8 en 9 jaar.

Terug naar boven


Copyright Allevogels.nl
Overname van foto's en/of artikelen is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de beheerder van allevogels.nl. De copyright-rechten blijven te allen tijde bij de oorspronkelijke auteur cq fotograaf, geheel in overeenstemming met de Wet.